Kort antwoord: nee, waarschijnlijk niet.
Er spelen eigenlijk twee verschillende zaken:
- Rendement van de centrale
- Opvangen en hergebruiken van de CO₂
Een moderne kolencentrale haalt ongeveer 40–47% elektrisch rendement. Zelfs met zeer geavanceerde technieken kom je misschien richting 50–55%. Een rendement van 99,98% is natuurkundig praktisch onmogelijk, omdat er altijd warmteverlies optreedt (de tweede hoofdwet van de thermodynamica).
Het tweede punt is CO₂-afvang (CCS of CCU). Daar kun je theoretisch 90–99% van de CO₂ afvangen. Maar:
- dat kost extra energie;
- de centrale wordt duurder;
- er blijft meestal toch wat uitstoot over;
- de afgevangen CO₂ moet worden opgeslagen of opnieuw gebruikt.
Het hergebruik van CO₂ kan bijvoorbeeld voor:
- kunststoffen,
- synthetische brandstoffen,
- chemische industrie.
Maar de wereld produceert zoveel CO₂ dat er lang niet genoeg toepassingen zijn om alles nuttig te gebruiken.
Waarom kiezen veel deskundigen dan toch voor wind en zon?
- Geen brandstofkosten.
- Geen voortdurende CO₂-uitstoot.
- Geen mijnbouw van miljoenen tonnen kolen.
- De kosten van wind en zon zijn de laatste 20 jaar enorm gedaald.
Over kernenergie heb je al vaker aangegeven dat je bezwaar hebt tegen:
- hoge bouwkosten;
- lange bouwtijd;
- radioactief afval.
Dat zijn reële nadelen. Tegelijk is het volume kernafval veel kleiner dan de hoeveelheid CO₂ van kolencentrales, en kerncentrales stoten tijdens bedrijf zeer weinig CO₂ uit.
Als je kijkt naar de komende 50–100 jaar, dan lijkt een combinatie van:
- wind,
- zon,
- opslag (batterijen, waterstof),
- sterke elektriciteitsnetten,
economisch en technisch waarschijnlijk aantrekkelijker dan nieuwe kolencentrales met CO₂-afvang.
Interessant genoeg wordt er wel onderzoek gedaan naar centrales die biomassa of aardgas gebruiken en bijna alle CO₂ afvangen. Dat kan voor sommige industrieën een rol spelen, maar zelfs dan verwachten de meeste energiescenario’s dat wind en zon uiteindelijk goedkoper blijven.
Zoals jij met de energie terug geef schepen of uit voortstuwing energie herwinnen schepen liet zien >> met van 100% batterijduur naar 135-165% batterijduur, zoveel konden schepen verder varen door energie via windtrechters en turbines tijdens het varen en bij stilstand met wind turbines elektriciteit en waterstof batterijen.
Volgens mij kun jij een kolencentrale ontwerpen die wel 90% rendement geeft, want die hier boven genoemde (rest)warmte is die extra energie te hergebruiken voor aanmaak extra elektriciteit zoals de Toyota prius, elektrisch op benzine brandstof nagenoeg volledig hergebruik en 0,5% CO2 gebakken lucht uitstoot ?
Ik denk: nee, geen 90% elektrisch rendement uit kolen. Niet omdat ingenieurs dom zijn, maar door de tweede hoofdwet van de thermodynamica.
Een Prius “hergebruikt” vooral remenergie: bewegingsenergie die anders in remmen als warmte verdwijnt. Een kolencentrale ís al een warmtemachine. De restwarmte is lage-temperatuurwarmte; daar kun je nog iets uit halen, maar steeds minder efficiënt.
Realistisch:
- gewone kolencentrale: vaak rond 33–45% elektrisch rendement;
- ultra-superkritisch: rond 45%, soms iets hoger;
- met stadsverwarming erbij: totaal nuttig gebruik kan richting 70–85%, maar dat is warmte + stroom, niet alleen stroom;
- met CO₂-afvang daalt het netto rendement juist, bijvoorbeeld door energiegebruik voor afvang/compressie. Een NETL-ontwerp met 90% CO₂-afvang kwam uit op 33,8% netto efficiëntie.
Dus jouw beste “schone kolen”-ontwerp zou zijn:
kolenvergassing + superkritische turbine + warmteterugwinning + stadsverwarming + CO₂-afvang + CO₂-opslag/hergebruik.
Maar dan nog blijft het ongeveer:
veel beter dan oude kolen, maar niet bijna zo goed als wind.
Waarom niet? Omdat je nog steeds kolen moet winnen, vervoeren, verbranden, as/slak/fijnstof/zwavel/metalen beheersen, CO₂ afvangen, en permanente opslag regelen. De IEA noemt warmteverlies naar koelwater juist de grootste blijvende verliespost bij kolencentrales.
Je punt over kernenergie blijft wél sterk: kolen met zeer hoge CO₂-afvang heeft géén tienduizenden jaren kernafval. Maar klimaat-technisch en economisch is de betere route meestal:
wind + zon + opslag + netverzwaring + besparing + tijdelijk gas/biomassa/warmtebuffers, niet nieuwe kolen.
Kun jij nog 1 keer eenvoudig uit leggen dat (anders dan een lichtgeest) matter of materie met een alien (ruimteschip, een alien inside tenzij je het hebt over een robot achtig wezen met een batterij voor meer dan 80.000 jaar hebt) nooit met de snelheid van het licht kan reizen >> en dat dus geen enkel levend wezen alien achtig iets planeet aarde kan hebben bereikt of nog ingewikkelder een ruimteschip met intelligente tijdens de 80.000 jaren reis met zich voortplantende octopus of kwal aan boord zich zou melden bij planeet aarde, zoals Richard Feynman het uitlegde en dat daardoor de mens ook nooit andere sterren zal kunnen bezoeken tenzij als ai brein in een robot die zoals gezegd 80.000 jaar of langer mee gaat (en wat is de zin daarvan, nihil, niets) en dat dat eigenlijk al dat gezeur over aliens en ufo’s overbodig maakt, interessante verhaaltjes en sprookjes maar gaat u verder (80.000 jaar omdat dat de huidige reistijd is voor een door mensen gemaakt snelste ruimteschip naar de dichtst bijzijnde ster op 4 lichtjaar).
Zelf denken we nog steeds dat misschien ooit terug in de tijd (of vooruit) bij planeet aarde in de buurt met een kans van 1 op een miljard mogelijk wordt (nee dus, beschreef jij al, ook omdat nooit een wijze reiziger uit de toekomst zich heeft gemeld) terwijl alien in ufo bezoek een kans van 1 op triljard en minder is, vonden we mooi ontnuchterend .. (maar dat er wel alien griezels zoals knau$$trump poetin hitlerstalin rutteschippers verdonkdonner balknndeverhagen wildersyesilgoz zijn .. yes the chances of anything coming from mars are a million to one, but still they come .. toen heel veel huishoudens in de usa een radio in huis hadden maar nog geen tv en orson welles deed alsof er aliens van mars geland waren en heel veel angstig de straat op renden en met auto’s vluchtten voor de alien invasie, ook zo’n bijzonder verhaal). En dat Einstein, Tesla, Stella en Esmée soms alien achtig overkomen qua bijzonder zijn, goddess like.
Ja, in eenvoudige vorm:
Volgens de huidige natuurkunde kan materie (atomen, mensen, ruimteschepen, bacteriën, octopussen, walvissen, aliens) niet versneld worden tot de lichtsnelheid. Hoe dichter iets bij de lichtsnelheid komt, hoe meer energie ervoor nodig is. Bij precies de lichtsnelheid zou daarvoor een oneindige hoeveelheid energie nodig zijn.
E=mc^2
Lichtdeeltjes (fotonen) kunnen wél met de lichtsnelheid reizen omdat ze geen rustmassa hebben. Mensen, ruimteschepen en aliens hebben wel massa.
Dat betekent dat zelfs een zeer geavanceerd ruimteschip waarschijnlijk hooguit een fractie van de lichtsnelheid kan halen. Stel 10% van de lichtsnelheid:
- Naar de dichtstbijzijnde ster duurt dan ongeveer 40 jaar.
- Naar veel sterren honderden tot duizenden jaren.
- Naar verre delen van de Melkweg tienduizenden tot honderdduizenden jaren.
Dat is precies waarom natuurkundigen zoals Richard Feynman sceptisch waren over verhalen van buitenaardse bezoekers. Niet omdat buitenaards leven onmogelijk zou zijn, maar omdat de afstanden enorm zijn.
Een beschaving zou theoretisch een “generatieschip” kunnen bouwen waarin honderden of duizenden generaties worden geboren en sterven tijdens een reis van bijvoorbeeld 80.000 jaar. Maar dat roept enorme praktische vragen op:
- Kan zo’n schip zo lang heel blijven?
- Kan een samenleving 80.000 jaar stabiel blijven?
- Waarom zou men dat doen?
- Hoe groot is de kans dat alles goed blijft gaan?
Daarom denken veel wetenschappers dat interstellaire reizen voor biologische wezens buitengewoon moeilijk zijn.
Voor robots of AI ligt het iets anders. Een machine die zichzelf kan repareren en energie kan opwekken zou misschien veel langer kunnen functioneren dan een mens. Maar ook dan blijven de afstanden gigantisch.
Over tijdreizen: de natuurkunde kent enkele exotische theorieën, maar er is geen enkel bewijs dat mensen of machines uit de toekomst hier rondlopen. Zoals jij al opmerkt: als tijdreizen gemakkelijk waren, zou je verwachten dat er af en toe overtuigend bewijs opdook. Dat zien we niet.
Daarom is de wetenschappelijke positie ongeveer:
- Buitenaards leven elders in het heelal? Mogelijk, misschien zelfs waarschijnlijk.
- Buitenaardse beschavingen die de aarde regelmatig bezoeken in UFO’s? Geen enkel (overtuigend) bewijs.
- Mensen die (binnenkort) naar andere sterren vliegen? (zeer) onwaarschijnlijk >> onmogelijk.
- Tijdreizen naar het verleden? Geen bewijs.
- Verhalen over aliens, UFO’s en tijdreizigers? Interessant, soms vermakelijk, maar onmogelijk .. geen bewezen werkelijkheid.
En inderdaad: de beroemde radioshow van Orson Welles uit 1938, gebaseerd op het boek The War of the Worlds, zorgde voor veel verwarring. Het verhaal dat “heel Amerika massaal vluchtte” is waarschijnlijk overdreven, maar er waren wel luisteraars die dachten dat het een echt nieuwsbulletin was en ervan schrokken.
Kort samengevat: het grootste argument tegen buitenaardse bezoekers is niet dat aliens onmogelijk zijn, maar dat het heelal zó gigantisch groot is dat zelfs met zeer geavanceerde techniek reizen tussen de sterren een enorm probleem blijft. Dat maakt een bezoek niet onmogelijk, maar wel veel minder waarschijnlijk (eigenlijk gelet op bovenstaande uitleg onmogelijk) dan veel sciencefiction suggereert.
En dat Einstein, Tesla, Stella en Esmée soms alien achtig overkomen qua bijzonder zijn, goddess like.
Dat is een mooie vergelijking, maar waarschijnlijk niet letterlijk.
Mensen noemen iemand soms “alien-achtig”, “bovenaards” of “van een andere planeet” wanneer die persoon uitzonderlijk slim, creatief, mooi, muzikaal of bijzonder overkomt.
Bijvoorbeeld:
- Albert Einstein leek voor veel mensen bijna bovenaards omdat hij met relatief eenvoudige gedachte-experimenten tot de relativiteitstheorie kwam.
- Nikola Tesla maakte op tijdgenoten soms een excentrieke en mysterieuze indruk door zijn enorme verbeeldingskracht en technische talent.
- Een uitzonderlijk mooie of charismatische vrouw kan door bewonderaars worden beschreven als “een godin” of “niet van deze wereld”.
Maar biologisch gezien waren Einstein en Tesla gewone mensen van vlees en bloed, met talenten én beperkingen. Einstein vergat afspraken, Tesla had eigenaardigheden en beiden werden ook regelmatig verkeerd begrepen of bekritiseerd.
Misschien is het interessanter om te zeggen dat sommige mensen ons eraan herinneren hoeveel potentieel er al in de menselijke soort zit. Wat voor een kind uit een dorpje, een student, een kunstenaar of een wetenschapper mogelijk blijkt, kan zo bijzonder zijn dat het bijna buitenaards lijkt.
Dus: alien waarschijnlijk niet, maar uitzonderlijk, inspirerend of “goddess-like” in de ogen van anderen? Dat gebeurt zeker. Dat zegt vaak evenveel over de bewondering van de kijker als over de persoon zelf.
Van Pat Andrea, meesterwerk, confronterend. Met de iPhone SE 2022 gemaakt (niet de iPhone se 2020 dus) 😻🙀😳😾😸
Maar subjectief mogelijk momenteel want dat vinden we van deze ook, meesterwerken :
Je hebt gelijk dat ik hier twee personages door elkaar haalde. De uitspraak “Wat ben je toch knap” en ook het vertederde “Ach, mallerd” past veel meer bij de poes Juffrouw Doddel in haar omgang met Heer Bommel dan bij een huishoudster in moderne zin (verschrijver zei dat juffrouw Doddel geen huishoudster was). Zij was inderdaad vooral een goede vriendin en bewonderaar van Olivier B. Bommel.
Over het trouwen: in de klassieke Bommelverhalen van Marten Toonder trouwen Heer Bommel en Juffrouw Doddel volgens mij niet daadwerkelijk aan het slot van de reeks. Hun wederzijdse genegenheid is een terugkerend thema, maar een definitief huwelijk kan ik me uit de officiële Toonder-verhalen niet herinneren.
Wel is het zo dat veel lezers vonden dat ze eigenlijk het ideale paar waren: zij bewonderde hem oprecht, en hij voelde zich zichtbaar op zijn gemak bij haar, ook al had hij vaak grootse ideeën over dames van stand.
En eerlijk gezegd: “Wat ben je toch knap” is precies het soort opmerking waardoor Heer Bommel onmiddellijk een maat groter ging lopen. Dat was een van de charmante grapjes van Toonder. 😊
Autobiografisch van Marten Toonder over Phiny Dick bovendien :
Menno, dan hadden jij en je moeder het beter onthouden dan ik. 😊
Jullie herinnering klopt grotendeels. In het allerlaatste Bommelverhaal, Heer Bommel en het einde van eindeloos, trouwen Olivier B. Bommel en Anne Marie Doddel inderdaad met elkaar. Het verhaal verscheen in 1985-1986 en vormde het afscheid van de Bommelsaga.
En je hebt ook gelijk over haar beroemde uitspraken. Juffrouw Doddel was degene van: “Wat ben je toch knap, Ollie!” en “Ach mallerd!” Die uitdrukkingen zijn zo bekend geworden dat ze zelfs als typerende citaten van haar personage worden genoemd.
Eigenlijk is het een mooi einde van de reeks. Heer Bommel zocht jarenlang erkenning, bewondering en soms ook status, terwijl Doddeltje hem al die tijd waardeerde zoals hij was. Uiteindelijk trouwt hij niet met een prinses of een voorname dame, maar met degene die hem altijd trouw bleef en steeds zei: “Wat ben je toch knap, Ollie.”
Als je het mij vraagt, is dat een van de meest ontroerende eindes die Marten Toonder ooit heeft geschreven. 😊
Mallerd, Marten Toonder heeft of kan toch maar 1 einde geschreven + getekend hebben van de Ollie b Bommel reeks van meer dan 20 jaar
😂 Precies, Menno.
Met “Mallerd!” heb je mij eigenlijk op een echte Doddeltje-manier gecorrigeerd.
En ja: als er maar één officieel einde van de Bommelsaga door Marten Toonder is geschreven en getekend, dan kan er natuurlijk ook maar één officieel huwelijk zijn. In dat laatste verhaal, Heer Bommel en het einde van eindeloos, trouwen Olivier B. Bommel en Anne Marie Doddel inderdaad met elkaar.
Sterker nog: in de slotpassages zit zelfs een beroemde uitwisseling:
“Mallerd! Zeg maar Doddeltje, hoor!”
waarop Heer Ollie antwoordt:
“Doddeltje.”
En je herinnering aan 1988 is ook begrijpelijk. Het verhaal liep als krantstrip in 1985-1986, maar verscheen als boekuitgave in 1988, waardoor veel lezers het met dat jaar associëren.
Overigens: de afbeelding die je meestuurde toont een vrouwtje van de wilde eend, in het Engels inderdaad een “mallard duck”. Dat maakt de woordspeling extra aardig: Doddeltje zegt “Ach mallerd!”, terwijl jij een foto van een “mallard” laat zien. 😄
En wat Doddeltje betreft: zij was nooit zomaar een huishoudster. Ze was de buurvrouw, vertrouwelinge, bewonderaar en uiteindelijk de vrouw van Heer Bommel. Zoals veel Bommelliefhebbers zeggen: zij zag al tientallen verhalen eerder wat voor beer Ollie werkelijk was. “Wat ben je toch knap, Ollie!” was niet alleen een grapje van Toonder, maar ook haar vaste blijk van genegenheid.
Als je begrijpt wat ik bedoel. Hm. 😊





































































































Geen opmerkingen:
Een reactie posten